Van proberen kan je leren!

‘Het is alsof we het over een ander kind hebben.’ Ik hoor het de juf nog zo zeggen. En ja, het was écht alsof we het over een ander kind hadden. De juf vertelde dat ze het eerste 10-minutengesprek van onze dochter in ging met het idee dat we snel zouden zijn uitgepraat. ‘Geef mij maar 10 van zulke kinderen!’ We lachten erom. Ik lachte mijn spanning weg. Ik maakte me al een tijdje zorgen om de ontwikkeling van mijn dochter. Niet dat die niet goed zou zijn. Nee, ze was echt aan school toe. Maar misschien ontwikkelde ze zich wel wat té goed in mijn ogen. Of misschien niet eens te goed, maar wel anders dan ik verwachtte.

Vorig jaar waren er nogal wat driftbuien en ander onwenselijk gedrag. ‘Hoort erbij, echt peutergedrag.’ Ik hoor het overal om me heen. Maar hier ging het verder dan dat. ‘Gewoon consequent zijn. Harder aanpakken. Ze moeten weten wie de baas is.’ Ik voelde me dan niet gezien. Niet gehoord. Want ik zag ons meisje zo haar best doen. Ik zag dat ze het zelf ook niet leuk vond. Ik zag haar onmacht, haar verdriet. Naar mijn idee ging het verder dan ‘normaal peutergedrag’. En ik wílde haar niet laten zien ‘wie de baas is’. Het gaf me het gevoel dat anderen vonden dat ik niet streng genoeg was, dat ik het niet goed genoeg deed. Dat ik over me heen liet lopen. Dat het mijn schuld was dat zij zich zo gedroeg.

Op school is het een engeltje. Thuis is het een bengeltje. Of liever: een draakje. Op school past ze zich aan, neemt ze alle indrukken en prikkels in zich op. Thuis komt het er uit. Stevige discussies, huilbuien, slaan, schoppen, ons stomweg negeren, we hebben het allemaal voorbij zien komen. Gelukkig voelt ze zich thuis veilig genoeg om het te laten gaan. Dat is een troost. Want dat ze op zulke momenten wat kwijt moet is duidelijk. Gelukkig krijgen we gaandeweg ook steeds meer tools om er mee om te gaan. Ik heb via internet contact met andere ouders met soortgelijke ervaringen. Dat helpt. Het is fijn om erkenning te krijgen dat het moeilijk is, dat het niet aan ons ligt. Het is fijn om herkenning te hebben. En het is fijn om te leren van elkaar. Wat helpt, wat niet… Bij elk kind anders natuurlijk, elk kind is uniek.

Naar aanleiding van iets anders ben ik me rond de zomer gaan verdiepen in hoogbegaafdheid. Ik herkende ontzettend veel van onze dochter. En dan vooral in de zogenoemde ‘zijnskenmerken’. Ze loopt misschien nog niet eens zo heel veel voor in haar ontwikkeling (en wat is normaal? Ze is onze eerste, dus hoe weet je wat ‘normaal’ is?). Nou blijken vooral meisjes sterren te zijn in het verbloemen van hun talenten. Zich aan te passen aan de norm. Want zo hoort het blijkbaar (wat herken ik dat dan weer zo ontzettend van mezelf!). Als een kind uit de klas op een tekening krast, krast zij ook. Terwijl ze kan tekenen. Als de juf bij haar gaat zitten om samen een puzzel te maken, wil zij sturing van de juf. Wil ze horen: ‘doe ik het zo goed?’ Terwijl ze het zelf echt wel kan. Ze wil geen fouten maken, probeert iets tot ze merkt dat het niet lukt en dan stopt ze. Pas als ze denkt dat ze het kan, probeert ze het weer. Ik vind het moeilijk om dat te zien. We hebben dan ook als motto hier in huis: ‘van proberen kan je leren’.

Het gesprek met de juf duurde drie kwartier. En het was niet het laatste gesprek. Inmiddels hebben we ook al een gesprek met de juf én de intern begeleider gehad. En wij zelf hebben inmiddels ook een gesprek gehad met een deskundige op het gebied van hoogbegaafde peuters en kleuters. Na het invullen van lijsten door ons én school, rolt daar als het goed is ook een advies voor ons en school uit. Zodat wij ons meisje kunnen begeleiden in al haar krachten en kwetsbaarheden. Want wij zitten soms met de handen in het haar. Weten soms niet goed hoe we de dingen aan moeten pakken. Hebben soms het gevoel: ‘we doen maar wat’. Gelukkig mogen ook wij voor ogen houden: ‘niet perfect is ook ok’. En: ‘van proberen kan je leren.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *