Van proberen kan je leren!

‘Het is alsof we het over een ander kind hebben.’ Ik hoor het de juf nog zo zeggen. En ja, het was écht alsof we het over een ander kind hadden. De juf vertelde dat ze het eerste 10-minutengesprek van onze dochter in ging met het idee dat we snel zouden zijn uitgepraat. ‘Geef mij maar 10 van zulke kinderen!’ We lachten erom. Ik lachte mijn spanning weg. Ik maakte me al een tijdje zorgen om de ontwikkeling van mijn dochter. Niet dat die niet goed zou zijn. Nee, ze was echt aan school toe. Maar misschien ontwikkelde ze zich wel wat té goed in mijn ogen. Of misschien niet eens te goed, maar wel anders dan ik verwachtte.

Vorig jaar waren er nogal wat driftbuien en ander onwenselijk gedrag. ‘Hoort erbij, echt peutergedrag.’ Ik hoor het overal om me heen. Maar hier ging het verder dan dat. ‘Gewoon consequent zijn. Harder aanpakken. Ze moeten weten wie de baas is.’ Ik voelde me dan niet gezien. Niet gehoord. Want ik zag ons meisje zo haar best doen. Ik zag dat ze het zelf ook niet leuk vond. Ik zag haar onmacht, haar verdriet. Naar mijn idee ging het verder dan ‘normaal peutergedrag’. En ik wílde haar niet laten zien ‘wie de baas is’. Het gaf me het gevoel dat anderen vonden dat ik niet streng genoeg was, dat ik het niet goed genoeg deed. Dat ik over me heen liet lopen. Dat het mijn schuld was dat zij zich zo gedroeg.

Op school is het een engeltje. Thuis is het een bengeltje. Of liever: een draakje. Op school past ze zich aan, neemt ze alle indrukken en prikkels in zich op. Thuis komt het er uit. Stevige discussies, huilbuien, slaan, schoppen, ons stomweg negeren, we hebben het allemaal voorbij zien komen. Gelukkig voelt ze zich thuis veilig genoeg om het te laten gaan. Dat is een troost. Want dat ze op zulke momenten wat kwijt moet is duidelijk. Gelukkig krijgen we gaandeweg ook steeds meer tools om er mee om te gaan. Ik heb via internet contact met andere ouders met soortgelijke ervaringen. Dat helpt. Het is fijn om erkenning te krijgen dat het moeilijk is, dat het niet aan ons ligt. Het is fijn om herkenning te hebben. En het is fijn om te leren van elkaar. Wat helpt, wat niet… Bij elk kind anders natuurlijk, elk kind is uniek.

Naar aanleiding van iets anders ben ik me rond de zomer gaan verdiepen in hoogbegaafdheid. Ik herkende ontzettend veel van onze dochter. En dan vooral in de zogenoemde ‘zijnskenmerken’. Ze loopt misschien nog niet eens zo heel veel voor in haar ontwikkeling (en wat is normaal? Ze is onze eerste, dus hoe weet je wat ‘normaal’ is?). Nou blijken vooral meisjes sterren te zijn in het verbloemen van hun talenten. Zich aan te passen aan de norm. Want zo hoort het blijkbaar (wat herken ik dat dan weer zo ontzettend van mezelf!). Als een kind uit de klas op een tekening krast, krast zij ook. Terwijl ze kan tekenen. Als de juf bij haar gaat zitten om samen een puzzel te maken, wil zij sturing van de juf. Wil ze horen: ‘doe ik het zo goed?’ Terwijl ze het zelf echt wel kan. Ze wil geen fouten maken, probeert iets tot ze merkt dat het niet lukt en dan stopt ze. Pas als ze denkt dat ze het kan, probeert ze het weer. Ik vind het moeilijk om dat te zien. We hebben dan ook als motto hier in huis: ‘van proberen kan je leren’.

Het gesprek met de juf duurde drie kwartier. En het was niet het laatste gesprek. Inmiddels hebben we ook al een gesprek met de juf én de intern begeleider gehad. En wij zelf hebben inmiddels ook een gesprek gehad met een deskundige op het gebied van hoogbegaafde peuters en kleuters. Na het invullen van lijsten door ons én school, rolt daar als het goed is ook een advies voor ons en school uit. Zodat wij ons meisje kunnen begeleiden in al haar krachten en kwetsbaarheden. Want wij zitten soms met de handen in het haar. Weten soms niet goed hoe we de dingen aan moeten pakken. Hebben soms het gevoel: ‘we doen maar wat’. Gelukkig mogen ook wij voor ogen houden: ‘niet perfect is ook ok’. En: ‘van proberen kan je leren.’

Sinterklaas

Voor mij geen discussie over hoe zwart Zwarte Piet zou moeten zijn. Maar ik voer met mezelf wel een andere sinterklaas discussie dit jaar.

Mijn ouders hebben mij nooit verteld dat Sinterklaas echt bestaat. Mijn moeder heeft zich als kind erg bedrogen gevoeld door haar ouders en dat wilde ze ons niet aandoen. Ik heb daardoor nooit zo magisch geloofd in Sinterklaas. Natuurlijk was het leuk om cadeautjes te krijgen en was de sfeer er om heen leuk en gezellig, maar het had niks magisch voor me. Voor zover ik me herinner natuurlijk. Ik weet nog dat mijn broertje ziek was en de Sinterklaas van de buurtvereniging op bezoek kwam met een cadeautje. Hij had nog maar net zijn hielen gelicht en daar kwam de Sinterklaas van school aan. Ook hij kwam een cadeautje brengen. Tot zover de geloofwaardigheid.

Ik heb het wel eens als gemis ervaren dat ik nooit de magie van Sinterklaas heb beleefd. Ik heb me dan ook altijd heilig voorgenomen om mijn kinderen met die magie groot te brengen. Vorig jaar, de kinderen waren 3 en 1, was er nog geen probleem. De kinderen vonden het allemaal leuk en soms een beetje spannend. Maar dit jaar werd de jongste af en toe wel erg angstig. Na het zetten van de schoen: ‘Zwarte Piet mag niet op mijn kamer komen!’ Met de angst in zijn ogen en een dikke pruillip kroop hij dicht tegen zijn vader aan. En mijn dochter begint nu toch echt goede vragen te stellen: ‘Mama, waarom brengt Sinterklaas ’s nachts de cadeautjes rond, waarom niet overdag?’ En natuurlijk kan je dan wat verzinnen. Ik zei iets als: ‘Dat weet ik eigenlijk niet, misschien omdat het dan rustig is op straat, dan kan hij lekker snel werken en wordt hij niet door iedereen gestoord.’ Maar o, wat voelde ik me een bedrieger. Ik had me altijd voorgenomen om niet glashard te liegen. Als de vraag zou komen: ‘bestaat Sinterklaas wel echt?’ vertel ik de waarheid. Dat heb ik me altijd voorgenomen. Ik wil mijn kinderen niet voorliegen. Maar deed ik dat niet al? Lieg ik niet als ik een handige draai geef aan een vraag van mijn dochter? Het voelde niet goed voor me. Daarnaast hoor ik steeds meer verhalen om me heen van volwassenen die aangeven zich als kind bedrogen te hebben gevoeld toen bleek dat Sinterklaas niet bestond. Mijn man ziet het niet als probleem. Hij heeft het nooit erg gevonden. Nou scheelt de manier van vertellen natuurlijk ook veel. Ik geloof dat mijn moeder bijna uitgelachen werd omdat ze ‘in die onzin geloofde’. Dat maakt het natuurlijk pijnlijk en doet de relatie tussen ouder en kind niet goed. Het was natuurlijk ook een heel andere tijd (mijn moeder is over de 73). Ik vermoed dat mijn man het op een meer liefdevolle manier te horen kreeg. Toch gaat het erg tegen mijn gevoel in om de kinderen iets op de mouw te spelden. We hebben afgesproken het dit jaar nog zo te laten, maar volgend jaar ga ik een geschiedenislesje aan mijn dochter geven. Dan leg ik haar uit wat we gedenken, dat we daar een kinderfeest van hebben gemaakt. Met een verkleedde man en zijn pieten. Gewoon omdat dit een leuk feest is. En dat papa en mama de cadeautjes zelf kopen. En dat het een leuk geheimpje is dat Sinterklaas niet echt bestaat, dat zij als groot genoeg is om dat te weten.

Het schijnt voor sommige kinderen een opluchting te zijn. Dat er dus niemand ’s nachts door het huis loopt. En het dus wel goed komt met de cadeautjes (voor wie het Sinterklaasjournaal volgt: mijn dochter is bang de verkeerde cadeautjes te krijgen). Sommige ouders gaan zelfs de cadeautjes samen met de kinderen kopen. Zodat de kinderen daar geen spanning meer over hebben. Dat gaat mij wat ver, maar als ik denk dat het mijn kinderen zou helpen op een leuke manier de sinterklaastijd door te komen, zou ik het zeker doen!

Wat vinden jullie? Op welke leeftijd vertellen jullie/hebben jullie verteld dat Sinterklaas niet bestaat?

Zelluf doen!

Onze kinderen hebben het al van jongs af aan: de wens om alles `zelluf te doen’. Regelmatig klonk en klinkt dan ook dat ene woord: ‘ zelluf’. Het begon al met het eten: wat goed bij onze kinderen paste was de zogenaamde Rapley methode. Zelf onderzoeken, peuzelen, ruiken, weer op het bord gooien. En natuurlijk lekker smeren. Een maaltijd met tomatensaus zorgde ervoor dat de gezichten soms met een dikke rode laag bedekt werden. Net als de kinderstoel en de tafel. Onze kinderen genoten ervan. Wij ook hoor, al kostte het heel wat snoetendoekjes om een en ander weer te fatsoeneren.

De drang naar het zelf begon op latere leeftijd steeds meer terrein te winnen. Onze dochter leerde op de peuterspeelzaal zelf haar jas aan te trekken. Gewoon omgekeerd op de grond leggen, armen erdoor steken en over het hoofd zwiepen. De rits dicht krijgen was dan wel weer een beetje lastig. Onze zoon heeft deze truc met de jas onlangs ook geleerd. Zijn drang naar het zelf weet wel raad met de uitdagingen van de rits. Hij vraagt mij gewoon om een beginnetje te maken en voor de rest kan hij het zelf wel weer.

Onze kinderen vinden het geweldig om tegen het eind van de maaltijd zelf de toetjes te regelen. Ze hebben daarbij kennelijk een taakverdeling afgesproken. Onze dochter richt zich op de toetjes in de koelkast en onze zoon zorgt voor de schaaltjes. Wel zo handig om als ouders even de kans te krijgen om uit te buiken.

Waar het zelfstandig zijn van onze kinderen handig en ook wenselijk is, zit er ook een keerzijde aan dat zelf. Op momenten dat je eigenlijk geen tijd hebt voor dat zelf: als je om 8 uur ’s morgens beide kinderen op de fiets moet hebben zitten om de een op tijd bij de gastouder af te leveren en de ander op school. Of wanneer je gewoon even helemaal geen zin hebt in dat zelf.

Wat mij opvalt is dat het zelf van mijn dochter soms plotseling met vakantie kan zijn. Wanneer er juist alle ruimte en tijd is voor dit zelf. En mijn hulp wordt ingeroepen bij het aankleed ritueel. Dan lijkt het erop dat mijn dochter ineens is vergeten hoe ze haar pyjama uit krijgt en haar kleding weer aan. In deze situatie probeer ik het zelf van haar uit te dagen door een beginnetje te maken. Het in ieder geval even zelf te proberen.

Ik beschouw het maar als de grote leerschool op weg naar zelfstandigheid. Om later op eigen benen te kunnen staan. Met vallen en opstaan. En mijzelf houd ik mij dan maar voor dat in alle situaties waarin ik te maken heb met dit zelf van de kinderen,  geduld een schone zaak is.

Deze blog is geschreven door de man van Laura, Sido Wattel.

Lofzang op de zomer

Voor mij is de zomer al geslaagd. Na een heerlijke kampeervakantie (gedeeltelijk met vrienden, heel gezellig!) in het voorseizoen in Frankrijk, bleef de zon maar schijnen. Het kan mij haast niet warm genoeg, dus nieuwe hittegolf: kom maar op!

Onze tent in Frankrijk

We wonen in een bovenwoning met een dakterras. Eerdere jaren voelden we ons min of meer veroordeeld tot dat dakterras (waar haast geen schaduw is) maar nu de kinderen allebei goed kunnen traplopen, maken we regelmatig gebruik van de tuin van de eigenaar van het pand. De verhuurder maakt maar een aantal keren per week gebruik van hun gebouw en de tuin, de rest van de week mogen wij ons er uitleven (de tuin dan he, niet het gebouw 😉 ). We hebben er een heerlijk zwembad staan, waar we met z’n allen in passen. Heerlijk spetteren en spatteren, ik krijg er geen genoeg van!

Nu onze gastouder vakantie heeft, mogen we wat buitenspeelgoed van haar gebruiken. Een grote trekker voor ons kleuter meisje, een auto voor onze peuter en een wipwap voor hen beiden. Daarnaast hebben ze nog hun eigen (loop)fietsen en bij de goedkope winkel met een blauwe A heb ik allerlei (bal) spelletjes gescoord. De kinderen vermaken zich een stuk beter dan vorig jaar, wat waarschijnlijk veel met hun leeftijd te maken heeft, maar zeker ook met het weer. Buiten is alles anders, ruimer, zit je minder op elkaars lip, er is van alles te ontdekken…

Stoepkrijtverven

Soms zetten we ook gewoon de teken- of knutselspullen buiten, op een grote picknicktafel. Of de strijkkraaltjes. Ideaal, geen stofzuiger nodig buiten 😉 Ook is verven met stoepkrijtverf hier favoriet geworden. Voor onze kleuter is het maken alleen al leuk: stoepkrijt raspen, op het randje van een bakje of met een rasp, wat water erbij en met een kwastje roeren. En daarna: verven maar!

Ook spelletjes spelen kan prima buiten. Spelletjes die het hier goed doen zijn: met de bus naar oma, kleuren torentjes en memory. Ook als wij niet meespelen, is het leuk speelgoed: er worden heel eigen spelregels bedacht.

Eten doen we ook buiten. Ik vind het leuk om Monkeyplates te maken of op een andere manier creatief bezig te zijn met eten. Het geeft de kinderen het idee van een picknick dus dat is elke keer feest.  Ook het avondeten schep ik op een bord, wat we lekker in de tuin op eten. Net als we op de camping deden, heerlijk relaxed.

Monkeyplate

Ik houd echt van dit buitenleven. Toch zijn we ook nog wel eens binnen te vinden. Onze kleuter is zo’n beetje verslaafd aan de filmpjes van de Zoete Zusjes en Kindertijd doet het bij allebei de kinderen erg goed (handig tijdens het koken). Ik doe vaak ’s middags even een powernapje van 20 minuten en er moet natuurlijk huishoudelijk werk gedaan worden. Het idee dat je daarna weer het zwembad in kan springen, maakt dat een stuk dragelijker dan normaal. 🙂

Bento lunch

Als kers op de taart hebben we nog een aantal leuke uitstapjes gepland. Het is dat mijn man en ik (allebei parttime) werken, anders was het één lange vakantie. Misschien is het werken juist wel goed, bedenk ik nu. Anders zou de verveling misschien wel toeslaan, zou het gewoon worden. Nu genieten we elke dag. Van het weer en van elkaar. Laat de zomer nog maar even duren…

 

 

Laatste zomervakantie voor school

Lago Maggiore

Binnenkort willen we de vakantie boeken.  Eerdere jaren hadden we dit rond deze tijd al lang rond, maar dit jaar hebben we zo veel om rekening mee te houden! Alleen mijn onregelmatige werk is er al bij gekomen en daarnaast gaat onze dochter vanaf eind juni naar groep 0.  Dat is niet verplicht natuurlijk, maar we willen er toch rekening mee houden qua timing. Ik denk dat we kiezen om nog net voor die tijd op vakantie te gaan.

Daarnaast hebben we lang getwijfeld over de bestemming. Nog een keer ver? We kunnen nu nog in het voorseizoen, dus kunnen nu nog goedkoop op vakantie.  Mijn man heeft Toscane hoog op zijn verlanglijstje staan, ik zelf neig meer naar Spanje of Portugal. Of Griekenland. Maar vliegen met twee peuters lijkt me een behoorlijke uitdaging. Net als een lange autorit trouwens.

Al onze overwegingen namen me terug naar onze vorige vakanties. Toen mijn man en ik nog kinderloos waren, gingen we op vakantie naar Kroatië.  Mijn man reed (ik heb geen rijbewijs) en we hadden een tussenstop van 1 nacht in Oostenrijk. Wat heb ik heerlijke herinneringen aan die vakantie! Zon, zee, strand… En niet te vergeten: volop cultuur. Doordat we de auto mee hadden, waren we zo vrij als vogels! Dat is voor mij toch wel het grote voordeel van een autovakantie. Maar met twee kleine kinderen wordt dat toch wel wat anders. Eigenlijk maakt dat alles aan een vakantie anders.

Toen onze dochter een dreumes was, gingen we op vakantie naar Luxemburg. In een stacaravan op een kleine camping. De aanpassing viel nog aardig mee. Ze deed nog twee slaapjes per dag, maar minstens één daarvan kon rustig in de draagzak (bij mijn man), draagdoek (bij mij) of auto. We hebben lekker uitgerust, gewandeld en de omgeving verkend.

Het jaar daarna hadden we inmiddels onze jongste ook mee. Hij was nog maar een paar maanden. Wij hadden het fantastische idee (ahum) om naar Noord-Italië op vakantie te gaan.  Via Airbnb hadden we een prachtig huisje geboekt in een dorpje op een heuvel. Vlakbij het Lago Maggiore. Het weer was fantastisch, de omgeving was prachtig, maar de reis… Die was een ramp. We reden ’s nachts in de hoop dat de kinderen lekker zouden slapen. Dat ik hooguit elke 3 uur ons zoontje hoefde te voeden. Dat laatste klopte wel ongeveer, maar onze dochter heeft amper een oog dicht gedaan. Ik denk dat ze ongeveer van 23 tot 2 uur heeft geslapen. Onze zoon bleek niet van autorijden te houden (we hadden een speciale reiswieg gehuurd, die ook om te bouwen was als soort maxi cosi).  Hij zette meteen een keel op. We hadden de reis totaal verkeerd ingeschat. En ook tijdens de twee weken daar was elke autorit een beproeving. Dat belemmerde ons enorm in de uitstapjes die we wilden maken. Toch hebben we het daar goed gehad.  Vooral het fantastische weer heeft daar aan bijgedragen. Heerlijk met water kliederen op het terras, lekker lezen, wandelen, naar de speeltuin in het dorp… Het had echt wel iets om je onder te dompelen in de cultuur in zo’n dorpje.

Hoe anders was onze vorige vakantie. In een ingerichte tent op een camping in Duitsland (ik schreef er eerder de blog ‘Mooi weer kamperen’ over). De camping lag op een heuvel en werd door lokalen ‘Holländische Enklave’ genoemd. De reis was niet al te lang, het weer was goed en de sfeer op de camping was heel relaxed. Maar van de lokale cultuur hebben we niet veel meegekregen.

Voor dit jaar twijfelden we vooral omdat we het gevoel hebben nog één keer wat meer aan de reis zelf te kunnen besteden. Volgend jaar gaat onze dochter naar groep 1. En hoewel ze dan nog niet leerplichtig is, is het de vraag of we het dan wenselijk vinden om haar een paar weken school te laten missen.  Voor mijn man stond het al wel vast: Toscane. Ik vond het in eerste instantie prima, maar ging toch weer twijfelen. Hoe moest dat dan met de autorit er naar toe? Onze zoon is nog steeds geen fan van autorijden. En natuurlijk kan je heel wat met spelletjes, liedjes, cadeautjes en misschien zelfs dvd’s. Maar echt relaxed lijkt me dat niet. Dus gingen we weer naar bestemmingen in Duitsland kijken. Toch weer op een camping? Die sfeer lijkt me wel weer heerlijk. En de kinderen hebben dan lekker de ruimte om te spelen. Of toch weer cultuur snuiven via Airbnb? We zijn er nog niet helemaal uit.

Vorige week reden we een uurtje naar speelparadijs/pannenkoekenhuis Voorst (wat een aanrader trouwens!). Toen m’n dochter voor de 5e keer binnen een half uur vroeg: ‘zijn we er bijna?’ keken mijn man en ik elkaar aan: Italië is in ieder geval van de baan!

Wat zijn jullie overwegingen voor de vakantiebestemming? In hoeverre beïnvloeden de kinderen de keuze? Hebben jullie tips voor leuke vakanties met kinderen?

Het leed dat amandelen knippen heet…

Al zo’n anderhalf jaar was mijn dochter altijd verkouden. Ja, zonder overdrijven: altijd. Kilo’s zakdoeken heeft ze gebruikt! Op het moment dat ze voor het eerst een voet in de peuterspeelzaal zette, kreeg ze een loopneus. En meteen ook een dubbele oorontsteking, gelukkig eenmalig. Die neus is niet meer gestopt te lopen. De huisarts en kinderarts waren het eens: niet te snel opereren. Wij vonden het prima. Onze dochter hoorde goed, sprak goed en had (op de loopneus na) niet al te veel last van de verkoudheden. Tot een paar maanden geleden. Ze werd steeds dover.

Ze stopte soms wel 30 seconden met ademen

Toen begon het ‘wat?’ en ‘hè?’. De zin: ‘mama, wat zeg je?’ zit er inmiddels goed ingebakken en zal ze (hoop ik) nooit meer verleren. De doofheid was voor ons al een signaal dat het niet zo goed ging. Op een avond stond ik vertederd te kijken naar mijn slapende kleine meisje. Op zulke momenten vult mijn hart zich met dankbaarheid. Wat houd ik toch van mijn heerlijke peuter! Ik kan dan echt tranen van dankbaarheid krijgen. Ik voel me zo gezegend met mijn man, mijn peuter (bijna kleuter) en dreumes (bijna peuter)! Maar goed, ik stond dus naar haar te kijken en tot mijn schrik hoorde ik dat haar ademhaling stopte. Heel goed te horen, want ze zaagde altijd hele bomen om. Ik keek nog eens goed… Nee, ze ademde echt niet meer. Om vervolgens naar adem happend bijna wakker te worden. Ik pakte mijn telefoon erbij en begon te filmen. Weer gebeurde dat. Ze stopte soms wel 30 seconden met ademen.

De volgende dag hebben we een afspraak met de huisarts gemaakt. Die verwees ons meteen door naar de KNO-arts. En toen ging het snel. We zaten op woensdag nog bij het preoperatief onderzoek, waar ons verteld werd dat het ongeveer zes weken ging duren voor ons meisje aan haar neus- en keelamandelen geholpen zou worden. Op vrijdag werden we gebeld dat er een plekje was vrijgekomen. Voor maandag. Oeps…

Ik wilde eigenlijk graag een boekje van Nijntje, maar dat was uitgeleend

Toen kwam de voorbereiding: zetpillen in huis, vriezer vol waterijsjes. Snel naar de bibliotheek. ‘Anna in het ziekenhuis’ en ‘Lasse gaat naar het ziekenhuis’ waren gelukkig beschikbaar. Ik wilde eigenlijk graag een boekje van Nijntje, maar dat was uitgeleend. Ook had ik via via tips gekregen over een voorbereidingskist. Maar daar was geen tijd voor. Gelukkig is YouTube altijd beschikbaar. Daar staan een heleboel filmpjes op die over deze ingreep gaan. Vaak door ziekenhuizen gemaakt om de kinderen voor te bereiden. Het Antonius ziekenhuis in Sneek heeft op haar website een aantal foto’s van hoe de dag zal verlopen. Op zaterdag vertelden we het haar. We lazen de boekjes, keken de filmpjes, op zondag mocht ze haar koffertje pakken… Ze vond het geweldig, wat een avontuur! Vooral het uitzoeken van het cadeautje op de voorbereidingskamer was iets waar ze naar uitkeek!

Vier andere kinderen werden ook geopereerd die dag

Ook het begin van de maandagochtend vond ze het bijzonder. Ze vroeg niet eens om het ontbijt, zo goed wist ze al dat niet mocht eten en drinken. Het hielp ook dat we al om 7 uur in het ziekenhuis moesten zijn. Eerst snel haar broertje ergens afgeleverd en hup, door naar het ziekenhuis. Vier andere kinderen werden ook geopereerd die dag. We kregen nog een gezamenlijke uitleg, er werd omgekleed, zetpillen gegeven en daar gingen we… Ik mocht mee naar de operatiekamer om haar handen vast te houden toen ze het kapje op haar mond kreeg. Toen ze in slaap was, gaf ik haar een kus en werd ik naar een andere ruimte gebracht. Al een paar minuten later werd ik opgehaald. Mijn meisje lag op haar zij te huilen. Ik tilde haar uit bed en knuffelde haar. Daarmee ben ik pas gestopt toen we weer bij papa waren en ze bij hem op schoot wilde. Helaas bleef ze al die tijd huilen. Wat had ze een pijn! Wel vroeg ze meteen al om drinken. Terug op haar kamer, bij papa, moest ze elke 20 minuten een slokje water of wat (geschaafd) waterijs nemen. Maar omdat dit pijn deed, wilde ze dit niet. Het heeft ons en de verpleegkundige heel wat moeite gekost om dit voor elkaar te krijgen. Voor het herstel was dit erg belangrijk. En ze bleef maar huilen, tot ze op een gegeven moment bij papa op schoot in slaap viel. Tegen 11 uur mochten we naar huis. We moesten blijven zorgen dat ze elk uur flink dronk, wat echt een uitdaging was. Ook de volgende dag bleef dat lastig. En met waterijs hoefde ik al helemaal niet aan te komen! Het enige wat ze die dag wilde drinken was wat ontdooide moedermelk die ik nog in de vriezer had liggen (al 15 maand oud, destijds gekolfd voor haar broertje!). Gelukkig ging het in de dagen erna steeds beter. Wel heeft het zeker nog een week geduurd voordat ze weer een waterijsje wilde. Ik denk dat ze dat associeerde met de pijn.

Op de dag van de operatie en de dagen erna hebben we een aantal foto’s gemaakt. Daar heb ik een fotoboekje van gemaakt, wat we soms samen bekijken. Eerst wilde ze er niet aan terugdenken. Als ik haar vroeg hoe ze het vond, begon ze te huilen. De boekjes van Anna en Lassa wilde ze niet meer lezen. Langzamerhand begint dat te veranderen. Ze vraagt soms weer om de YouTube filmpjes en soms bekijken we samen het fotoboekje. Ik hoop dat ze het op deze manier wat kan verwerken.

Ik ben erg benieuwd naar de nacontrole. Toen ze eenmaal bevrijd was van alle snottebellen is een paar dagen snotvrij geweest. Maar meteen kwam er een nieuwe verkoudheid. Dat kan natuurlijk gebeuren. Daardoor weten we nog steeds niet of het allemaal echt heeft geholpen. Ze vraagt nog vaak: ‘Wat zeg je?’, maar dat lijkt soms ook een automatisme geworden. Ook de ademstops tijdens haar slaap lijken nog niet helemaal voorbij, maar misschien heeft het allemaal wat hersteltijd nodig. We houden het in de gaten!

Help! Mijn kind is toe aan de basisschool (en ik ook…)!

Toen mijn dochter net 2 jaar was, bracht ik haar voor het eerst naar de peuterspeelzaal. Wij hebben weinig kleine kinderen om ons heen, dus dat leek me leuk voor haar. Ze vond het er meteen ge-wel-dig! Het puzzelen, het buitenspelen, het knutselen… ze vindt het allemaal leuk. Het in de kring gaan wordt thuis regelmatig nagespeeld. Voorheen vooral met papa, mama en broertje. Tegenwoordig deel ik de thee vooral met onzichtbare vriendjes, heel gezellig.

Vanaf dag 1 bij de peuters zag ik haar ontwikkeling met sprongen vooruit gaan.

Puzzelen vond ze bijvoorbeeld ineens reuze interessant terwijl ze daar voorheen nooit naar om keek.

Mijn zoontje wordt over een paar maanden 2. Ook hem gaan we dan vrij snel naar ‘de peuters’ brengen. Vanaf september werd het namelijk steeds moeilijker om hem mee naar huis te krijgen bij het brengen en halen van zijn zus. Hij is er duidelijk ook aan toe.

Zijn zus is toe aan een stapje verder. Toen we vorig jaar ons gingen oriënteren op een basisschool, stapte ze vrolijk rond tussen de leerlingen. Ze zocht zelfs al een leeg plekje uit en schoof aan tafel met een blik: ‘Kom maar op, laat het echte werk maar beginnen.’ Sindsdien komt elke week de vraag wanneer ze naar ‘de kleuters’ mag wel een keer voorbij. Ze lijkt er echt aan toe te zijn.

Soms heb ik het idee dat ze zich verveelt, dat ze niet genoeg uitgedaagd wordt. Dat uit zich dan vooral in explosies, het explosiegevaar is dan ook nog altijd niet geweken (zie een vorige blog van mij).

Toen mijn man en ik dat onlangs een keer terloops noemden bij de peuterspeelzaal, gaf een leidster aan dat ze via de intern begeleider VVE (Voorschoolse- en Vroegschoolse Educatie) voor onze dochter kon aanvragen. Een week later was deze al binnen, wat betekent dat ze nu 4 dagdelen naar de peuterspeelzaal mag, ipv 2. De extra 2 worden gesubsidieerd. Ik was voorheen in de veronderstelling dat dit vooral bedoeld was voor kinderen met een taalachterstand, maar dat is dus niet het geval. Het kan ook ingezet worden om ouders te ontlasten als het allemaal niet zo soepel loopt, zoals in ons geval. Ik ben erg benieuwd of het ons als ouders inderdaad meer rust geeft. Waar ik nog meer op hoop: dat het mijn dochter de extra uitdaging geeft die ze nodig heeft. Want het is nog lang wachten tot na de zomervakantie…

Oproepmoeder?

Wat geniet ik van het moederschap. Meestal. De knuffels, de kusjes, het stoeien… Ik krijg er geen genoeg van! Afgelopen weekend zaten we in een huisje op een bungalowpark en wat was het heerlijk om te zien hoe de kinderen zich vermaakten in het zwembad, het indoor speeltuintje en de minidisco. De kinderen zijn de laatste tijd veel vrijer geworden naar andere mensen. Waar ze in de vroege zomer nog twee weken lang angstvallig uit de buurt van Bollo bleven, kreeg Koos Konijn meteen een high five en een knuffel.

Mijn zoontje zwaait tegenwoordig naar iedereen en geeft ook iedereen een handje bij het weggaan. Ja, ook de mama van de andere kindjes in de speeltuin ;-). Hij zat zelfs op dag 1 al bij een andere papa op schoot! 😮 Nou hoeven ze wat mij betreft niet al te vrij te worden, maar het is wel een verademing na de jaren van eenkennigheid van zowel de oudste als de jongste. Wat heb ik me soms geclaimd gevoeld. Met het daarbij komende schuldgevoel (want je kind heeft je toch gewoon nodig?!) was het soms een hele mentale worsteling. Ik heb het laatste half jaar ontdekt dat ik de lat voor mezelf als moeder wel erg hoog had gelegd. Ik wilde fulltime moeder zijn. En ik wilde (of moest) daarvan genieten. Maar dat genieten ging niet altijd. Want soms ging het moederschap ten koste van mezelf. Althans, het gebrek aan begrenzing daarin. Nu heb ik sowieso van nature wat moeite met grenzen, dus ook als moeder. Op de een of andere manier had ik mezelf opgelegd dat ik er op elk moment voor ze moest zijn. Continue. Dag in dag uit. Niet dat ik ze altijd hun zin gaf, zeker niet, maar ik had mezelf wel ten doel gesteld altijd beschikbaar te zijn.

Sinds een paar maanden werk ik als begeleider in de gehandicaptenzorg. Het is fijn om weer iets voor mezelf te hebben. Nog fijner is de gastouder die we via via gevonden hebben. Ik werk vooral ’s avonds en in het weekend, maar de kinderen gaan op ochtenden door de week naar haar toe. Dat geeft mij mijn felbegeerde tijd voor mezelf. Ik ben nu eenmaal iemand die dat nodig heeft. Even weer opladen door alleen te zijn. Gewoon wat aan te kunnen rommelen in huis, een lekkere wandeling te maken, te sporten of heerlijk een boek lezen.

Gelukkig vinden de kinderen het fantastisch bij de gastouder. Ze beginnen spontaan te juichen als we ze vertellen dat ze er de volgende ochtend heen gaan (ik houd mezelf maar voor dat dit niks te maken heeft met hoe ik het als moeder doe :D). Ze heeft dan ook bergen speelgoed, is super creatief (gelukkig, die last is van mijn schouders), er komen meerdere kinderen en ze is harstikke lief. Mijn man en ik hebben echt het idee dat het de kinderen goed doet. Dat de kinderen vrijer zijn naar anderen kan hier goed mee te maken hebben.

De eerste jaren hebben mijn man en ik de verzorging en opvoeding samen gedaan, dat was een bewuste keuze. We waren destijds in de gezegende positie dat wij deze keuze kónden maken. Het was een bewuste keuze omdat we graag zelf een solide basis wilden leggen. Maar voor nu is het meer dan goed zo. Voor de kinderen en voor mij. En nu maar hopen dat mijn contract verlengd gaat worden…

‘Mama, heb jij een gaatje in je hoofd?’

 

Je hebt hem vast ook gehad: de tip om alles op te schrijven wat je kind aan grappige dingen zegt. Ik hoop dat jullie dat ook hebben gedaan, want ik vind kinderuitspraken vaak hilarisch!

Onze dochter van 3 kon al snel vrij goed praten, dus echt lang is ons lijstje (helaas) nog niet (al mijn hoop is op mijn zoontje gevestigd ;-)). Toch deel ik er een paar met jullie. De uitspraken dateren van een jaar geleden tot aan nu.

  • M’n dochter wilde graag ‘Poepe en Pis’ kijken (Je weet wel, die twee schattige hondjes)
  • Ze gooide rommel in de ‘gooiebak’.
  • Mama kocht een nieuwe ‘bil’ in de ‘billenwinkel’.
  • Ook at ons meisje graag ‘bloodjes’ bij de soep.
  • De zon was half onder. Enthousiast riep m’n peuter: “Mama! Hij gaat liggen!!!”
  • Het schatje pakte m’n over mijn broek puilende buik vast, kneep er in, keek me nog eens bedenkelijk aan en vroeg: “Mama? Heb bij een baby in je buik?” (En dan te bedenken dat ik al zo’n 15 kilo was afgevallen…)’
  • Onze lekkerbek eet graag patatjes met ‘pissticks’.
  • Toen ik me bukte om iets op te rapen vroeg ze: “Mama, heb jij een gaatje in je hoofd?” (Ik heb een bultje op mijn hoofd’.)
  • “Mama, doe dit maar in je ‘bewaar’.” Terwijl ze iets in mijn broekzak stopt.
  • Omdat ze inmiddels doorheeft dat het niet klopt, zei ze vanmorgen: “Ik doe het in mijn draagjas”. Terwijl ze het in haar jaszak stopte.

Dit is ons lijstje tot nu toe. Ik zie al reikhalzend uit naar de leuke teksten van mijn zoontje. In de tussentijd ben ik erg benieuwd naar de creativiteit van jullie kinderen. Wat zijn leuke uitspraken van jullie schatjes?

 

 

Embrace

Zoals zo veel vrouwen ben ik mijn hele leven al bezig met mijn gewicht. Ik weet niet beter dat ik mezelf te dik vond. Ik heb dan ook altijd overgewicht gehad. Tot voor kort. Ik ben het online programma van Weight Watchers gaan volgen en viel 20 kg af. Voor het eerst heb ik een gezond BMI. Maar wat nog belangrijker is: voor het eerst voel ik me fit en redelijk tevreden over mijn lijf. Het stomme is dat ik me altijd een beetje minderwaardig heb gevoeld (mede) door mijn gewicht. En dat is natuurlijk nergens voor nodig. Wat zou ik er wel niet voor over hebben om mijn dochter een gezond lichaamsbeeld mee te geven! Dat ze mijn worstelingen niet door zou hoeven maken…

Onlangs zag ik de documentaire ‘Embrace’ op Netflix. Het is een documentaire van Taryn Brunsfitt uit Australië over negatieve lichaamsbeelden van vrouwen. Na een post op Facebook kwam ze er achter dat ontzettend veel vrouwen heel negatief over hun lichaam zijn. Ze had een (slanke) voor en een(dikkere) na foto op Facebook gepost met de woorden: ‘Hou van je lichaam, het is het enige lichaam dat je hebt.’ Alle reacties die ze daar op kreeg zette haar aan om deze documentaire te maken.

In de documentaire komen vrouwen aan het woord die hun lichaam in een paar woorden omschrijven: ‘ik haat mijn lijf’ ‘walgelijk’ etc. Verder laat ze zinnen uit door haar ontvangen e-mails zien. Een vrouw schreef dat ze nooit met haar kind gaat zwemmen omdat ze geen badpak aan durft. Een andere vrouw gaf aan al 3 jaar niet intiem met haar man te zijn geweest omdat ze niet wil dat hij haar naakt ziet. Hartverscheurend. Ik zou niet willen dat mijn dochter zo  negatief naar zichzelf zou kijken.

Taryn probeert in haar documentaire antwoord te geven op de vraag waarom zoveel vrouwen ontevreden over hun lichaam zijn. Ze laat zien dat we contant omringd worden door perfecte plaatjes. In tijdschriften, op tv, in bushokjes, op billboards. Overal staan lange, slanke, 17-jarige modellen met het ideale figuur. En die foto’s worden dan ook nog eens gefotoshopt.

Dus zelfs het meisje op de foto ziet er niet zo uit als het meisje op de foto.

Ook zij voldoet niet aan dat beeld. Maar onbewust vergelijken we onszelf wel met dit onrealistische beeld wat ons voorgeschoteld wordt. En schieten we dus tekort. Hoe kunnen we dan tevreden zijn met ons eigen lichaam?

Weten we eigenlijk nog wel hoe een gemiddeld volwassen vrouwen lichaam eruit ziet? Taryn laat Australische getallen zien, dus ik heb even op internet gekeken. De website www.gemiddeldgezien.nl geeft de volgende getallen voor volwassen Nederlandse vrouwen:

Gemiddelde lengte: 1.69

Gemiddeld gewicht: 79 kilo

Gemiddelde kledingmaat: 42

 

Dat is heel wat anders dan wat we zien op tv, in de bladen of op internet! Wat een eye-opener voor me!

En dan gaat Taryn nog verder. Welk label wordt geplakt op mensen die afwijken van het maatschappelijke ideaal? Ongezond? Lui? Minderwaardig? Zonder zelfdiscipline? Taryn strijd tegen deze labels. Ze heeft zelf een marathon gelopen terwijl ze niet voldoet aan het maatschappelijke ideaal. Ze laat mensen aan het woord die, op welke manier ook, niet voldoen aan dit ideaal. Stuk voor stuk zijn het prachtige mensen.

Waar Taryn het niet over heeft, maar waar ik al een tijdje weerstand tegen voel zijn alle prinsessen dingen van bijvoorbeeld Disney. Wat zijn de prinsesjes mooi en slank (je zou de taille van Elsa en Anna eens moeten zien, niet normaal!). Ze worden op de computer gemaakt, dus ze kunnen zo mooi zijn als de fantasie van de bedenker. En dan heb je de Barbiepop nog. Ook zo vreselijk! En hoewel het niet echt is, geloof ik wel dat het invloed heeft op ons en onze dochters. Zeker als in de films de goede (hoofd)persoon knap en slank is en de slechterik lelijk en/of dik is, geeft dat echt een boodschap! Eentje die ik mijn dochter helemaal niet mee wil geven.

Taryn wil dat haar dochter opgroeit met liefde voor haar lichaam. Niet om hoe het eruit ziet, maar om wat het allemaal kan. En o, wat gun ik mijn dochter hetzelfde!

Ik weet nog dat ik een half jaar na de geboorte van mijn dochter ontzettend trots was op mijn lijf. Er was een mensje gegroeid in mijn buik en ik voedde het al 6 mnd. Ik was zo verwonderd over wat mijn lichaam had gepresteerd. Ik was er zó dankbaar voor! Later verdween dit langzaam maar zeker.  Nu ben ik erg blij met mijn nieuwe gewicht en zou het graag zo houden. Vooral ook omdat ik blij ben met mijn nieuwe leefstijl. Ik ben gaan sporten en voel me fitter. Ik wil mijn lichaam graag op sportief gebied trainen en uitdagen. Ik was/ben nog niet helemaal tevreden met mijn lichaam, het dreigde altijd een obsessie te worden. Ik ben nog steeds niet blij met mijn buik. Maar na het zien van deze documentaire denk ik: ‘ik wil mijn buik accepteren. Misschien hoort dit gewoon bij me. En daar is niets mis mee.’ Ik sta er wat relaxter in. Iemand uit mijn kerkelijke gemeente raadde me aan om eens per week naakt voor de spiegel te gaan staan en te danken voor mijn lijf.

Ik hoop echt oprecht van mijn lichaam te gaan houden. En ik hoop dat ik mijn dochter een gezond lichaamsbeeld mee kan geven.

Dat ze mag opgroeien in de wetenschap dat ze goed is zoals ze is. Dat ze niet mooier of slanker hoeft te zijn dan ze is. Alleen dát motiveert me al enorm! Want als ik dat niet geloof over mezelf, hoe ga ik dat dan overbrengen op haar?