Kind met een uitdaging?

ADD en ADHD en autisme

Wanneer iemand me pijn doet, heb ik het idee alsof de hele wereld vergaat. Krijg ik een knuffel, dan is direct alles weer goed, hoe slecht ik me ervoor ook gevoeld heb.
Soms vat ik alles persoonlijk op. Alles wat er gebeurt, heeft direct met mij te maken. Ik heb soms een ventiel nodig op mijn hart zodat niet alles ineens eruit komt op verkeerde momenten, via mijn mond.
Ik kom soms verkeerd over, en je kunt denken dat ik overdrijf.
Maar aangezien ik het ventiel niet heb, worden sommige dingen ontzettend groot voor mij. Ik kan mijn gedachten niet op een rijtje zetten en ik kan de verkeerde gedachten niet uit mijn hoofd zetten, zoals de gedachten die niet realistisch zijn.

Ik ben niet slecht in luisteren, maar soms kan ik me gewoon niet concentreren. Het druppelen van de kraan, een auto die voorbij rijdt, een stel op een bank: De dingen die jij wel uit kunt zetten, die blijven constant op de voorgrond bij mij. Ik zie jouw lippen wel bewegen, en het spijt me. Ik krijg gewoon niet alles mee, ook niet wanneer ik het echt heel hard probeer.
Ik ben niet dom, traag van begrip of achterlijk. Het is alleen zo dat jouw antwoord ergens in mijn hoofd verdwaald is geraakt tussen alle andere gedachten. Daarom moet ik de vraag nog eens stellen.

Ben je verrast over het feit dat ik de ene seconde woedend kan zijn en de volgende seconde zielsgelukkig? Niet doen. Mijn humeur wordt bepaald door de gevoelens die op dat moment even de overhand hebben. Soms verandert dat bijzonder snel. In mijn hoofd is het altijd een bende. Soms kan ik mezelf niet eens bijhouden.
Heb ik vaak conflicten met andere mensen? Dat heeft te maken met mijn hekel aan onrechtvaardigheid en ik kan het niet uitstaan wanneer andere mensen in de problemen geholpen worden.

Me met alles bemoeien, daar ben ik bijzonder goed in. Ik doe het niet met opzet, maar ik mis de rem die andere mensen wel hebben. Ik denk niet na over de gevolgen die het kan hebben en spring altijd in wanneer ik het gevoel heb dat ik mensen kan helpen, die ik ook echt wil helpen. Ik ben niet zo goed in het opvolgen van instructies zoals jij. Soms worden dingen me tien keer uitgelegd en heb ik nog geen idee wat ik nou moet doen. Dan komt iemand anders en snap ik alles direct. Het gaat er bij mij niet om wat er gezegd wordt, het gaat erom hoe de informatie gebracht wordt.

De mensen met autisme – ADHD – ADD zijn intensief. We voelen meer. We haten meer. We treuren meer. Maar we houden ook meer van mensen en dingen. Wanneer we ergens van houden, dan houden we ervan met heel ons hart en lichaam.

Op het Vakcollege zit het goed; een tegengeluid!

Afgelopen week is het weer eens zover; koppen als ‘kwart docenten uitgescholden, geïntimideerd, of geschopt door leerlingen’en ‘als ik een onvoldoende geef word ik uitgescholden’ sieren het nieuws. Aangegeven wordt dat dit voornamelijk in het vmbo plaatsvindt en 25% van de docenten/scholen hier last van zouden hebben; heftige voorbeelden worden gegeven.

Natuurlijk ga ik nu niet beweren dat het onderzoek onjuist is gedaan, en ja – ik weet helaas uit eigen ervaring dat het binnen het onderwijs er onveilig aan toe gaat (ervaringen opgedaan buiten de Noordoostpolder))- maar…. Ik wil hier graag een kanttekening bij maken; niet op elke vmbo school is het onveilig. Maar dit is het beeld dat vaak geschetst wordt én ook het beeld dat door velen in Emmeloord en omgeving wordt gezien. Het vmbo??? Daar ga je toch niet naar toe? Het vmbo? Daar leer je toch niets; dan ben je dom? Het Vakcollege? Daar zitten alleen maar ‘buitenlanders’ en is het onveilig. En nog meer stigma’s.

Met veel plezier werk ik nu alweer twee jaar op het Vakcollege in Emmeloord; ik kwam binnen als vervanger voor zwangerschapsverlof en heb in inmiddels ‘mijn’ eigen mentor klas en geef wiskunde aan basis en kader van leerjaar 1 tm 3 en geef Rots en Watertraining; een heerlijke club leerlingen; eerlijk, oprecht, soms wat ongemotiveerd, vaak betrokken en helaas erg onzeker. De leerlingen ‘dwingen’ mij te kijken naar wat er echt toe doet; te kijken wat er achter ‘gedrag’ zit. Heb ik een les niet goed voorbereid of ben ik onzeker? De leerlingen voelen dat haarfijn aan en geven dat terug. Het kan zijn dat ik dan echt aan de bak moet. Maar ben ik eens moe of heb ik hoofdpijn en was ik, zoals vorig jaar, een paar weken niet in staat te werken; de gehele klas kwam spontaan op bezoek en stuurden appjes met vragen hoe het ging. Of doe ik mijn boodschappen in de Jumbo, of loop ik met mijn kinderen door de Lange Nering? Ik kom altijd wel een leerling tegen die je groet of die geïnteresseerd vraagt hoe het gaat of dat mijn kinderen zijn die bij mij zijn.

Van collega’s die werken op de mavo of hoger hoor ik andere geluiden. Ook van mijn dochter en haar vrienden, die op één van de andere vo-scholen zit, hoor ik verhalen waaruit ik opmaak dat de ‘relatie’ met de docent van minder belang is dan ik ervaar op het Vakcollege. Dus ja, ik ben er trots op dat ik op Het Vakcollege werk en ben nog trotser op onze leerlingen, die keihard werken om hun toekomst op te bouwen en los te komen van de stigma’s die er heersen.

Vele uren heb ik al met de leerlingen gesproken over hun talenten, hun kansen en mogelijkheden. Schrijnend is het dan zij vaak op onze school starten met de gedachte ‘ik kan het niet’, ‘ik ben dom’, ‘ik doe maar basis of kader’, kijkend naar hun vrienden, broers of zussen die wél de mavo, havo of vwo doen. Ik voel en zie de onzekerheid van onze leerlingen – gelukkig niet allemaal- maar wat zou ik graag wensen dat het stigma over het vmbo weggenomen kon worden. Wat zou ik graag willen dat leerlingen EN ouders trots zijn dat hun zoon of dochter op Vakcollege zit; want ja…. vertellen dat je zoon of dochter naar het vmbo gaat is helaas toch bij sommige leerlingen en ouders nog een ‘dingetje’. Vaak horen we verhalen van leerlingen die TOCH naar de tl-moeten en – met een nog grotere deuk- ‘afstromen’ (je begrijpt dat ik niet blij wordt van dit woord) naar het kader.

Bóós was ik, toen mijn zoon – toen in groep 6- mij antwoordde -toen ik hem vroeg naar welke school één van zijn vriendjes zou gaan omdat hij in groep 8 zit- ‘dat hij terug was gegaan naar groep 7 omdat hij anders waarschijnlijk, naar uh… hoe heet dat ook alweer, het laagste, ja basis, zou moeten. Want, als hij nog een jaar groep 8 kon doen, dan zou hij misschien wel naar kader of hoger kunnen…..’  Met verbazing hoorde ik mijn zoon aan; ik kon niet geloven wat hij net zei. Je begrijpt dat ik hem daarna heb uitgelegd dat welk niveau iemand ook doet, iedereen zijn eigen talenten heeft en – zoals ik vaak tegen mijn leerlingen zeg ‘ALLES WAT JE NU DOET, ZEGT NIETS OVER WAT JIJ KAN EN GAAT DOEN IN JE LEVEN; JIJ BESLIST JE EIGEN TOEKOMST’. Ik baseer mijn ervaringen ook gedeeltelijk op mijzelf. Omdat ik zelf erg slecht was in Nederlands ben ik na Havo 3 naar het mbo gegaan. Met twee vingers in de neus haalde ik, net 2 maanden 18 jaar, mijn niveau 4 diploma en ging aan het werk. Jaren heb ik mij ‘minder’ gevoeld omdat ik geen hbo-diploma had. Lang heb ik mijn eigenwaarde ontleend aan het niveau van mijn diploma; ook al kreeg ik op verschillende terreinen te horen dat ik bepaalde talenten had; ik had toch ‘maar mbo’. 11 jaar geleden heb ik het roer omgegooid; ik heb mijn baan – toen als activiteiten begeleidster in een verpleeghuis- opgezegd en ben gaan werken als individueel begeleidster via het pgb. Ik ben jongeren met een rugzak gaan begeleiden, was weekendbegeleider, heb een opleiding gedaan tot weerbaarheidstrainer en ben de pabo gaan volgen. Het studeren ging niet makkelijk; vooral omdat ik mijzelf in mijn gedachten belemmerde. Het stemmetje ‘je kan het niet’, overheerste regelmatig. En toen was het moment daar… ik had ‘mijn hbo diploma’…. En toen kwam het besef; het papiertje maakt mij niet anders, niet slimmer, niet mooier of wat dan ook. Het werd tijd de belemmerende gedachten los te laten.

En ja… die belemmerende gedachten, die ik zo herken, zie ik zo bij onze leerlingen terug en dan komt nu weer het vmbo ‘slecht’ in het nieuws. Ik voel de behoefte een tegengeluid te laten horen; ik wil ‘mijn’ leerlingen een stem geven, ik wil dat ouders zonder rare blikken of gedachten van derden kunnen vertellen dat zij trots zijn op hun kind en op welke school zij zit of gaat. Dus bij deze ‘mijn stem’.

Het volgende bericht heb ik op mijn eigen Facebook account gezet n.a.v. de artikelen en nu dus een stukje voor ENCOO. De komende periode hoop ik vaker berichten te kunnen posten over mijn ervaring als docent op het Vakcollege; een plek waar je mag zijn wie je bent, waar de maatschappij van vandaag wordt vertegenwoordigd, waar het team samen met de schoolleiding in ontwikkeling is om het beste uit onze leerlingen te halen en waarbij we een lerende en veilige school willen zijn, aansluitend bij de behoeften van onze leerlingen, bouwend aan hun toekomst.

 Heftig nieuws! Maar…. absoluut niet zoals ik zelf op ‘mijn’ vmbo school , Het Vakcollege Noordoostpolder, ervaar. Natuurlijk hebben wij ook leerlingen die grenzen op zoeken en brutaal zijn, maar dit wordt direct consequent opgepakt en zeker niet op die mate zoals beschreven.
Als voorbeeld:
Vorige week nog vond een van mijn leerlingen het nodig mij op de gang aan te spreken. Hij was het niet eens met mijn antwoord; draaide zich om, riep dat hij mij niet hoorde en begon te zingen; kortom respectloos. Iets wat mijns inziens overal wel eens gebeurd. Echter werd deze leerling binnen een kwartier door leidinggevende uitgenodigd voor gesprek en was de leerling pas weer welkom in de les na aangeboden excuses en gesprek.
Kortom; het is hoe je zelf omgaat mèt en wat je toestaat.
Op het Vakcollege zit het wel goed!

 

Hulde aan de TimeTimer!

Soms plaatsen we ook een blog van een gastblogger, ditmaal van vader Sido:

Sinds december vorig jaar gebruiken wij in ons gezin een TimeTimer. Dat is een klok die je kunt instellen op maximaal 60 minuten. Daarbij is een rood vlak zichtbaar dat kleiner wordt naarmate de tijd verstrijkt. Mijn vrouw kwam op het idee om deze te kopen, maar ik ben ‘m voor het eerst gaan gebruiken in  de kerstvakantie.

De TimeTimer biedt uitkomst
Mijn vrouw en ik delen de zorg voor de kinderen. We werken allebei parttime. De dagen dat ik werk zorgt zij voor de kinderen en de dagen dat zij werkt neem ik de zorg op mij. Wel zijn ze af en toe naar de gastouder en de oudste gaat ook regelmatig naar de peuterspeelzaal. In de Kerstvakantie waren de kinderen voornamelijk thuis en vond ik het een uitdaging om ze een hele ochtend of middag bezig te houden. De  TimeTimer bood uitkomst. Vooral onze dochter van bijna 4 bleek baat te hebben bij een afgebakende tijd om ergens mee bezig te zijn. Ik zei dan: ‘We gaan nu 20 minuten spelen met de blokjes’ of ‘we gaan nu 30 minuten boekjes lezen’. Af en toe keek ze naar de klok en zei enthousiast: ‘Papa, kijk eens naar de klok! Het rood is bijna weg’. Ik denk niet dat ze een idee had hoe lang 20 of 30 minuten duren. Maar het feit dat het rode vlakje steeds kleiner werd hielp haar om zich aandachtig op de activiteit te richten waar we mee bezig waren. En niet ineens met ander speelgoed bezig te gaan of doelloos door de kamer te lopen en van alles uit kastjes te trekken.

Tijd voor jezelf
De TimeTimer helpt ook eigen tijd af te bakenen. Een dag(deel) voor de kinderen zorgen kan best wel vermoeiend zijn. Even tijd voor jezelf kunnen nemen (lekker op de bank liggen, een boek of een krant lezen) brengt voor onszelf de rust die we op dat moment hard nodig hebben. Onze dochter kan dan door een blik op de  TimeTimer te werpen zien hoe lang onze eigen tijd nog duurt en zij zichzelf mag zien te vermaken.

Hulde aan de TimeTimer
Als onze dochter naar bed gaat wil ze graag dat wij na het voorlezen en bidden nog even bij haar blijven zitten. Voordat we de  TimeTimer kochten was het onduidelijk hoe lang die tijd was. Soms was ze binnen 5 minuten vertrokken en kon je rustig weggaan. Maar soms leek ze nog helemaal niet moe en kon je niet zomaar vertrekken. De  TimeTimer laat zien hoe lang wij bij haar blijven. 5 minuten. Onze dochter houdt het rode vlakje nauwlettend in de gaten en wijst ons er regelmatig zelf op dat ‘het rood weg is’. Erg handig als je zelf door moeheid wat was weggedommeld.

Hulde aan de TimeTimer! Het maakt de tijd met de kinderen behapbaar. Onze zoon van bijna 2 is er nog net even te jong voor. Wie weet hoe het over 2 jaar is.

We hebben 3 kids, maar dit was voor ons niet vanzelfsprekend!

Bijna 10 jaar geleden zijn we getrouwd en we wisten al eigenlijk vanaf het begin af aan allebei zeker dat we kinderen wilden. Na de trouwerij was het ook spannend vond ik, want wanneer zou ik zwanger zijn? Helaas duurde het wat langer bij ons en begon ik me steeds meer zorgen te maken. Ondertussen was er bijna een jaar om.

Jullie kunnen helaas niet op de natuurlijke manier zwanger worden!
Allebei onderzocht en de arts zei dat wij niet op de natuurlijke manier zwanger konden worden. Dus op naar Zwolle waar ze IVF/ICSI kunnen uitvoeren. Dat duurde een half jaar voordat we eindelijk aan de beurt waren. En toen moest ik eerst 2 weken elke ochtend hormonen inspuiten om zoveel mogelijk eicellen te laten rijpen. Toen na een paar dagen was het zover en mochten we weer komen en zouden ze de rijpe eicellen eruit halen. Een ‘potje’ mee uiteraard haha. Ze moeten toch ergens mee bevrucht worden . Een paar dagen afwachten en zouden gebeld worden hoe het ging met de ei en zaadcellen.

Toen belden ze eindelijk.

We hebben goed nieuws voor jullie….
Toen belden ze eindelijk. Zenuwachtig word je ervan. We hebben 5 bevruchte embryo’s. Wauw dacht ik, dat is goed om te horen zeg. Dus weer op naar het ziekenhuis om er 1 in te laten brengen. Klinkt gek, maar zo was het wel. En dan weer afwachten….. 2 weken en dan een test doen als er nog geen menstruatie is. Dan duurt wachten lang hoor! En dan de test…… en die was POSITIEF!. We geloofden het niet, dus hop naar de winkel om nog 3 testen te halen. Niet te geloven, ik was zwanger. En het ging ook super goed. Ik werd steeds dikker en met 16 weken voelde ik de eerste plopjes. Dat gevoel vergeet ik niet meer. Wat bijzonder zeg. Begin 2011 werden wij voor het eerst ouders van een super mooie dochter. Alsof het nooit anders was geweest.

Na 2 jaar een 2e…..
Toen onze dochter bijna 2 jaar was wilden we voor een 2e gaan. Omdat onze dochter gelijk gelukt was hadden we er nog 4 over. Dat waren dan 4 ingevroren embryo’s. Dit keer gelukkig geen hormonen, maar gewoon de natuurlijke cyclus. Er werd een embryo ingebracht en deze was van mindere kwaliteit dan mijn dochter. Na 2 weken mocht ik weer een test doen en deze was weer POSITIEF. Ons geluk kon niet op. De 2e ook gewoon meteen goed. In 2013 kwam daar een prachtig jongetje uit. Ze schelen dus 2,5 jaar, maar zijn op dezelfde dag bevrucht.

En toen…… na weer 2 jaar
Toen mijn zoontje bijna 2 was voelde ik me niet helemaal lekker. Ik was ook wat over tijd, maar ja dat gebeurde weleens vaker. Omdat we dat weekend een feestje hadden heb ik toch maar een test gekocht om het voor de zekerheid te checken. Op een ochtend toen de kids bij ons in bed lagen heb ik de test gedaan en jaaaaaa hoor. Dit kan toch niet. Die was meteen positief. Op de natuurlijke manier gewoon. Jeetje zeg……wat een mooie verrassing. Super blij waren we . Een lot uit de loterij, want volgens de arts kon het niet en dus toch! Weer een prachtig jongetje kwam erbij in 2016 en zo waren we ineens met zijn 5en. Dat was super gezellig, maar ook druk. Het was wel even wennen met een kleuter, peuter en een baby. De hele dag druk met alle schema’s waar we rekening mee moesten houden en ondertussen nog op te voeden, maar je went er ook wel weer aan en het is nooit saai. Er gebeurt altijd wel iets.

Wij hebben geluk gehad en zijn nu compleet.

Het ouderschap
Het ouderschap had ik echt voor geen goud willen missen en natuurlijk is het met vallen en opstaan, maar daar leren we weer van. Ik probeer elke dag zoveel mogelijk van ze te genieten en ze zo op te voeden waarvan wij denken dat het goed is. Om ze zoveel mogelijk normen en waarden mee te geven en dat ze zich later in deze maatschappij goed kunnen redden.
Wij hebben geluk gehad en zijn nu compleet. Geniet van jullie kids, ouders! Onze jongste is inmiddels 1,5 geweest en het gaat zo ontzettend snel. Dus GENIET!

Toppunt van kansloosheid


Toen ik 13 jaar was ging ik voor het eerst mee op hemelvaartskamp. Met mijn schattige 13 jaar was ik verliefd geworden op 1 van de jongens daar. In plaats van normaal te doen, gedroeg ik me als een idioot en logischerwijs vond die jongen dat ook. Toen ik 15 was ging ik weer mee op kamp en was ik weer verliefd op diezelfde jongen. Gelukkig gedroeg ik mij toen een stuk normaler! Die jongen blowde en uiteraard vond ik het normaal dat ik dat dan ook moest doen.
Na hemelvaartskamp MSNdenwe een paar keer en hadden we afgesproken dat ik een keertje mee zou gaan.

Zo gezegd zo gedaan. Een aantal dagen later spraken we af bij een school die bij ons allebei in de buurt was en zou ik mijn eerste jointje roken. Wat was ik zenuwachtig zeg, maar ik was cool en liet dat natuurlijk absoluut niet merken. Beetje kletsen en gek doen, sigaretje roken en vervolgens moest ik toch echt een hijs nemen. Ging helemaal prima! Wat was ik gelukkig. Had ik me daar nou zo druk om gemaakt? Na nog een paar hijsen, een mega lach hik en een welbekende vreetbuien werd ik hondsberoerd. In tijden had ik me nog niet zo slecht gevoeld als die avond. Ik zette m’n wekker over 2 minuten, zodat het leek alsof ik gebeld werd. Zo kon ik even stiekem even weglopen om vervolgens keihard over m’n nek te gaan. Toppunt van kansloosheid.

“M’n moeder belde en vroeg of ik niet eens naar huis zo komen, dus ik ga er vandoor!”

Nog een paar chippies om de kotsgeur de maskeren, een hug en ik was klaar om naar huis te gaan.

Thuis gekomen zag ik dat ik intens rooie ogen had. Ik zei dat ik rook in m’n ogen had gekregen en dat het ook wel een beetje zeer deed. Met een bonzend hart ging ik bij papa aan de tafel zitten voor een potje dobbelen. Hopend dat het niet zou opvallen keek ik stug naar beneden en besefte ik dat ik echt een idioot was.

Creatief samenwerken


Teun (6), Sanne (4) en Veerle (2) schelen toch wel wat jaartjes, maar als je het hun vraagt zijn ze alle drie de snelste, slimste en beste. Regelmatig voeren ze hele discussies en maken ze flink wat ruzie.

Blijkbaar zit het er al vroeg in, dat ze overal in willen winnen en overal gelijk in willen hebben.

S morgensvroeg begint wedstrijd nummer 1, wie is er als eerste beneden voor de afstandsbediening. Zodra het ontbijt op tafel staat begint wedstrijd nummer 2. Wie is er als eerste klaar en de ochtend discussies vliegen me om de oren. Zo hebben we een dag vol wedstrijdjes en discussies. Regelmatig loopt de discussie uit tot ruzie en 9 van de 10x mag ik dan als rechter spelen. Na verschillende vonnissen te hebben bedacht (en na weer een huilend kind dat verloren had) besloot ik het op een wat creatievere manier te doen. Ipv dat ze het met elkaar uit moesten praten, mochten ze samen tot een oplossing komen. Beiden kropen ze in 1 shirt en moesten ze het een tijdje met elkaar volhouden. Samen lopen en samen iets voor elkaar krijgen was nu een hele uitdaging, maar oh oh wat hadden ze een lol samen! (Voor even 😉 )

 

 

 

‘ Ik ben 18 en zij is 14″

4 december 2015. De nacht waarop ik zo dronken was dat ik besloten heb om het nooit meer zo ver te laten komen. Ik had die avond mijn eerst date met m’n vriend. Na een super gezellige avond in het Voorhuys, besloten we om de avond voort te zetten in de Bottem. Achteraf hadden we natuurlijk gewoon naar huis moeten gaan, maar achteraf kijk je een koe in z’n kont. Na een goeie 8 wijn bij het Voorhuys en (blijkbaar) een heleboel drankjes bij de Bottem viel ik van m’n fiets. Ter overstaan van de Bottem bezoekers. Helaas bleef het niet bij die ene val. Nee, tijdens de rit/wandeling naar huis ben ik zo ongeveer 10 keer keihard op m’n plaat gegaan. Toen ik thuis kwam moest mijn mams me de trap op helpen. Heb mij nog nooit zo geschaamd als dat ik toen deed.

Alleen ik was 23. Ik was volwassen.

Helaas was dat meisje dat ik van het weekend zag vallen geen 23 óf volwassen.

Van het weekend deed ik samen met mijn schoonzusje en mijn vriend een drankje bij het Voorhuys. Wederom met een goeie wijn en een tafel vol met hapjes. Zo rond een uurtje om 10 komen er een jongen en een meisje langs fietsen, of nouja “langs”… Precies voor het Voorhuys valt dat lieve meisje met een rotsmak van haar fiets. Iedereen kijkt. Iedereen kijkt naar dat meisje dat op de grond ligt. Iedereen kijkt naar die jongen die er wat onbeholpen bij staat te kijken. Er snelt een vrouw op af en vraagt, denk ik, of alles goed gaat en loopt daarna weer terug. Ik denk terug aan 4 december 2015 en zeg tegen mijn schoonzusje dat we even wat water moeten brengen.

“Mag ik vragen hoe oud jullie zijn?” “Ik ben 18 en zij is 14.”

Dit meisje, dat om een uur of 10 kneiter bezopen van haar fiets af knalt , is 14 jaar oud!! Ik weet niet in wat voor een wereld dat normaal is. Mijn schoonzusje heeft nog een glas water voor haar opgehaald en al zwijgend drinkt ze dat op. Ondertussen is al het personeel naar buiten gekomen en hoor je de gasten roddelen. Wij drukken de jongen op het hart om haar direct naar huis te brengen. Gelukkig is hij “de meest nuchtere” van allemaal en zegt dat hij daar zeker voor zal zorgen. Na een half uurtje/3 kwartier komt hij terug om zijn eigen spullen op te halen en vertelt dat ze veilig thuis is gekomen.

Nu kunnen we ons allemaal wel afvragen hoe dat meisje van 14 aan zo veel alcohol komt, maar jullie weten net zo goed als ik dat dit niet echt een issue is tegenwoordig. Oudere vrienden, broers of zussen en met een beetje ellende ouders die vinden dat 1 drankje heus geen kwaad kan en ze niet willen dat hun kind buitengesloten wordt. Waar ik mij meer zorgen over maak is waarom dat meisje van 14 om een uurtje of 10 nog steeds buiten rond loopt. Toen ik die leeftijd had moest ik om 9 uur naar bed. Mocht ik films soms afkijken “tot de volgende reclame” en hoefde ik het zeker niet in mijn hersenpannetje te halen om laat thuis te komen. Vond ik het toen stom? Nee. Van kleinsaf aan hebben wij thuis regels en dat was voor mij niks meer dan logisch.

En ik vind het raar dat er zoveel gezinnen zijn waar dit soort regels niet meer normaal zijn. Het zijn wel kinderen waar we het over hebben, vergeet dat niet!

 

 

Bier, waar ga je met dat jongentje naar toe?

Een tijdje geleden, ben ik samen met een paar vrienden wat wezen drinken. Omdat het Voorhuys en Eindeloos vol zaten, zijn we naar een restaurant/bar gegaan. Komen wij eigenlijk nooit zo veel, maar nood breekt wet. Terwijl wij, tussen de nog etende gasten, lekker een wijntje en een biertje drinken, schuift er een horde kinderen aan aan de tafel achter ons. Maar ook echt kinderen! Met bier.

Uiteraard moesten wij daar nogal om lachen, want eerlijk is eerlijk het is geen gezicht zo’n groot glas bij zo’n klein jongetje.

Een beetje het tas waar ga je met die brugpieper naartoe, maar dan met een glas bier.

Nadat ze met glas #2 aanschuiven, komt er iemand bij ons vragen of wij nog wat willen drinken. Aangezien ik niet perse op m’n mond ben gevallen, vraag ik aan de desbetreffende bediende hoe het in hemelsnaam mogelijk is dat deze kleuters aan het bier zitten. Zij vond het ook belachelijk; “van mij zouden ze het ook nooit krijgen, daarom gaan ze naar de bar om bier te halen.” (Ja moeders, zo makkelijk is het dus.) De kleine jongetjes zijn fanatiek bier aan het drinken, lopen af en toe weg om even te roken en komen dan weer terug. Gelijk voor mij een mooi moment om te vragen hoe oud ze zijn. Stuk voor stuk zeggen ze dat ze 18 zijn. 1 van hen beweerd zelfs dat hij 21 is. Je snapt wel dat wij, aan ons volwassenen tafeltje, helemaal dubbel lagen van het lachen. Mijn jongenste broertje is 15. Toen dit alles gebeurde, was mijn kleine broertje “nog lang geen 16”.

Wat ik hiermee wil zeggen is dat ik echt wel zie of iemand ouder of jonger is dan mijn kleine broertje. Deze jongentjes waren absoluut niet ouder dan mijn broertje! En dat zit dan in een restaurant/bar. Aan het bier. Om de zoveel tijd te roken. Terwijl ze op deze leeftijd blij mogen zijn dat ze met een paar vriendjes naar de bios mogen, zonder ouders. Horen ze thuis een film te kijken met vrienden, cola en zak chips.

Ik moet je helpen!

240_f_109478832_qzktwx5rogsajqwk3nqdgup6ph6r2wjj

Ik moet je helpen!

Toen ik 15 was had ik mezelf voorgenomen om jongerenwerker te worden. Ik heb na mijn middelbare school twee sociale opleidingen gedaan en ben sindsdien ook als jongerenwerker aan het werk (wat ik nog steeds helemaal super vindt!). Als ik terugkijk op die beslissing, zie ik dat ik een grote behoefte had om dingen in orde te maken en een groot verantwoordelijkheidsgevoel te opzicht van anderen en hun problemen had ontwikkeld.

Ik denk dat ik in mijn werk met jongeren een goede band met ze op kan bouwen door goed hun gedrag te observeren en te analyseren. Ik kan aardig goed een beeld vormen van destructief gedrag bij jongeren en in beeld brengen waar dat gedrag vandaan komt. Door dat te doen creëer ik een afstand tussen de jongeren en mijzelf, ik ben niet meer in staat open en zonder oordeel het contact aan te gaan. Ik ben vooringenomen in mijn vragen en wil het gesprek graag een bepaalde kant op sturen. Het houdt me af met wat ik echt wil: met de verhalen van jongeren meeleven en mijn tijd, aandacht en vooral mezelf met hen delen.

Misschien ken je dat ook wel; dat je door controle en invloed uit te oefenen op onze kinderen denkt de situatie onder controle te kunnen houden. Maar wat willen we eigenlijk onder controle te houden? Het kan zijn dat we het onder controle willen houden dat we heel bang zijn om onze kinderen te verliezen of dat ze iets overkomt. Dat we onder controle willen houden over onze onzekerheid in ons ouderschap; of we wel goed genoeg zijn of genoeg aan ze te bieden hebben. Dat we de pijn onder controle willen houden die ons is aangedaan door onze eigen ouders, we willen dat beslist niet doorgeven aan onze eigen kinderen.

Ik ben dus verslaafd geraakt aan helpen en heb er mijn werk van gemaakt. Ergens zijn we allemaal verslaafd en hebben we andere nodig om onze behoeftes te vervullen. We willen graag gewaardeerd, gezien, gekend en gehoord worden door anderen. Ook door onze kinderen. En dat mag ook gelukkig, maar wanneer we onze kinderen te veel nodig hebben om in onze behoeften te voorzien dan komt het kind niet aan zichzelf toe.

En dat willen we wel; dat het kind in verbinding en relatie met jou als ouder toekomt aan zichzelf en zijn situatie en kan doormaken en oefenen wat goed voor zijn ontwikkeling is.

Ik las op internet iemand de vraag stellen ‘’wat als je grootste succes niet iets is wat je gedaan hebt, maar iemand die je opgevoed hebt?’’. En in die vraag zit veel wijsheid verscholen. Als ik mezelf die vraag stel dan ga ik meer aandacht en energie besteden aan het geven van echte complimenten, laten zien dat iemand waardevol om wie hij is en niet om wat hij doet of kan, tijd doorbrengen met de ander zonder een doel te hebben en meer open vragen stellen. Het verschil is dan dat ik kan zeggen; ‘’Ik ben iemand die de behoefte heeft er voor de ander te zijn’’ in plaats van ‘’Ik ben iemand die de behoefte heeft een ander te helpen’’.

Zo mogen we ook in ons vader- en moederschap meer tijd besteden met onze kinderen waarin we gewoon er zijn, en onze angsten of zorgen waar we vanuit zijn gaan handelen los kunnen laten.