‘Mevrouw, u discrimineert.’

Het is al bijna drie jaar geleden. Ik was net werkzaam op mijn huidige school, Vakcollege Noordoostpolder. Na de herfstvakantie was ik begonnen. De groep was zich aan het vormen en ik was ‘de vervanger’. In één van mijn klassen, een eerste klas, zat een jongen. Ik noem hem nu maar even Ali. ‘Ali’, klein van stuk, een heertje (te zien aan zijn loopje), gevat, vrolijk. Het zal mij niks verbazen als Ali later iets in de handel gaat doen, want onderhandelen, het laatste woord willen hebben én zijn gelijk willen halen, dat wil ‘Ali’. Toen. En nu nog steeds.

Voordat ik op deze school kwam, heb ik gewerkt in het cluster4 basisonderwijs. Een mooie, maar intensieve periode. Als ik iets geleerd heb, dan is het wel dat duidelijk zijn en grenzen stellen niet alleen goed en prettig is voor jou als docent, maar dat leerlingen dit zelf toch ook wel prettig vinden (over het hoe, wat en waarom een andere keer meer).

Maar nu even terug naar ‘Ali’ en zijn klas. Ali was één van de mannetjes die de groep konden sturen. Je zag leerlingen op hem letten; hij kreeg veel gedaan, was slim en gehaaid. Ik zie hem nog zitten. ‘Mevrouw ik vind de toets lastig. Mag ik alsjeblieft in de pauze nog even doorwerken?’ Dit zeggende op charmerende wijze. Dit mocht natuurlijk, want inmiddels hadden ze dat al door; ik kan duidelijk en ‘streng’ zijn, maar ook rechtvaardig en betrokken. Klasgenoten verlieten de klas. ‘Ali’ rekte zich opzichtig uit, hij bukte, mompelde wat en greep naar een propje op de grond, wat daar even daarvoor nog niet lag. Een propje met antwoorden.  Ik sprak hem hierop aan. Man, de hel brak nog net niet los. Hoe ik hem durfde te beschuldigen van spieken. Wist hij veel dat het daar lag. En vervolgens…. ‘U discrimineert’.

Deze uitspraak ‘Mevrouw, u discrimineert’, had hij al vaker laten vallen. Iets waar ik mij aan begon te irriteren. En irritatie – weet ik- zegt vaak iets over jezelf. Met deze opmerking raakte ‘Ali’ mij dan ook. Je mag me uitmaken voor van alles, maar zeggen en er mee schermen dat IK discrimineer, dan sla je de plank dus behoorlijk mis.

Ik voelde dat ik wat met deze situatie én deze jongen moest. Ook collega’s hoorde ik in die periode er vaker over dat leerlingen dit te pas en te onpas gebruikten. We moesten hier wat mee. In mijn beleving was en worden de leerlingen zeker niet gediscrimineerd. Echter ben ik wel van mijn mening dat veel jongeren die geboren zijn in Nederland, maar opgroeien met een andere cultuur of ouders hebben die de Nederlandse taal niet machtig zijn, vaak – ten onrechte – worden gezien als ‘die buitenlander’, of ‘die Marokkaan’ terwijl ze van origine uit Afghanistan of Turkije komen of gewoon in Nederland geboren zijn en dus Nederlander zijn. Er wordt ongemerkt en onbedoeld snel ‘geclassificeerd’ en geoordeeld. Dus ja, ik kan begrijpen dat jongeren met een dubbele nationaliteit of andere culturele achtergrond zich soms ‘gediscrimineerd voelen’. Echter werd dit dus te pas en te onpas – in mijn ogen ten onrechte gedaan. Ook zij oordeelden op deze wijze over mij.

Ik vond vooral dat ik hier wat mee wilde en moest. Maar wat? Ik had een idee.

Ik pakte mijn trouwalbum, maakte een foto van ons gezin, mailde deze naar mijn werkmail en had al voorpret als ik dacht aan de volgende les. En ja… ik hoefde niet lang te wachten… daar kwam ‘Ali’ al met zijn opmerking dat ik hem discrimineerde. Ik zei tegen ‘Ali’ dat ik een foto voor hem had. Dat ik hem deze graag wilde laten zien. Ali zei onverschillig dat hem dat niet interesseerde. Ik negeerde hem, liep naar mijn computer, zocht mijn mail en projecteerde de foto van mij en mijn familie op het bord. ‘Ali’ keek nog steeds niet, waarop ik duidelijk zei: ‘Kijk, dát is mijn gezin!’. ‘Ali’ keek op, de klas wachtte op wat komen ging. Een verbaasde blik verscheen op zijn gezicht. ‘Ja, jongen dat is mijn gezin! Ik ga jou en de klas wat vertellen, leg jullie boeken maar even weg’.  

Vervolgens ben ik elk gezinslid langs gegaan, beginnend bij mijn broers. Daar begon de eerste verbazing. ‘Hoe kunnen zij uw broers zijn, zij zijn super donker en lijken op M, uit Somalië?’. Klopt, zij zijn geadopteerd toen ik 7 was en zijn Braziliaans. Ik ging verder naar mijn oudste zus; klein, en zichtbaar is dat ze een verstandelijke handicap heeft. Ik legde uit dat zij vlakbij school woont – de leerlingen kenden de plek – en dat ik voor haar zorg omdat mijn andere zus en moeder in Ghana wonen. Vervolgens vertelde ik over mijn vader. Dat hij 18 jaar in Saoedi-Arabië heeft gewoond, ik daar zelf ook als 12 en 13 jarige heb gewoond en de islamitische cultuur van dichtbij heb ervaren. Hoe ik met een ‘Abaya’ over straat moest, maar mij ook veilig heb gevoeld en waarom dat zo was. Vervolgens heb ik verteld dat hij inmiddels – in Ghana- aan longkanker is overleden; en ze nu gelijk ook weten waarom ik niet rook (die vraag had ik al een paar keer gehad van een aantal jongens uit deze klas).

Ik vertelde nog wat meer over mezelf, over mijn nichtje die een paar jaar bij ons heeft gewoond. Over mijn broers die wél gediscrimineerd zijn, maar hoe normaal ons gezin voor ons is. Over wat ik belangrijk vind en dat wederzijds respect en vertrouwen voor mij erg belangrijk is. Ik sloot af met dat ik mag hopen dat ik nooit meer te horen krijg dat ik discrimineer.

Een mooi klassengesprek volgde. Een leerling vertelde – wat hij nog niet eerder had durven te vertellen – dat hij zelf in een pleeggezin woonde, een ander vertelde dat hij een pleegzus had. Er was vertrouwen en wederzijds respect. Ik zag de klas veranderen. Vanaf dat moment kon ik de vruchten plukken in deze groep. Vanaf dat moment gaan – als het nodig en mogelijk is – de boeken af en toe dicht en is er ruimte voor gesprek, wellicht wel het meest leerzame wat we onze leerlingen kunnen meegeven.

En ‘Ali’? Ali blijft Ali, charmant, een onderhandelaar. Maar zeggen dat ik discrimineer? Dat heeft hij nooit meer gedaan. Eigenlijk heb ik dit al heel lang niet meer in onze school gehoord, of van een leerling. Fijn!!! Want als wij als school iets willen uitstralen is het wel dat iedereen welkom is. En zo niet? Dan pak ik mijn trouwfoto er gewoon weer even bij.

Op het Vakcollege zit het wel goed; een tegengeluid!

Blog 1. Op het Vakcollege zit het wel goed. Een tegengeluid!

 

Afgelopen week was het weer eens zover. Koppen als ‘kwart docenten uitgescholden, geïntimideerd, of geschopt door leerlingen’en ‘als ik een onvoldoende geef word ik uitgescholden’ sieren het nieuws. Aangegeven wordt dat dit voornamelijk in het vmbo plaatsvindt en 25% van de docenten/scholen hier last van zouden hebben. Heftige voorbeelden worden gegeven.

Natuurlijk ga ik nu niet beweren dat het onderzoek onjuist is gedaan. En ja, ik weet helaas uit eigen ervaring dat het binnen het onderwijs er onveilig aan toe kan gaan (buiten de Noordoostpolder). Toch wil ik hier graag een kanttekening bij maken; niet op elke (vmbo) school is het onveilig. Toch is dit het beeld dat vaak geschetst wordt én ook het beeld dat door velen in Emmeloord en omgeving wordt gezien. Het vmbo??? Daar ga je toch niet naar toe? Het vmbo? Daar leer je toch niets, dan ben je dom? Het Vakcollege? Daar zitten alleen maar ‘buitenlanders’ en daar is altijd gedoe. En nog meer stigma’s.

Met veel plezier werk ik nu alweer twee jaar op het Vakcollege in Emmeloord; ik kwam binnen als vervanger voor zwangerschapsverlof.  Inmiddels heb ik  ‘mijn’ eigen mentor klas en geef rekenen en wiskunde aan basis en kader van leerjaar 1 tm 3. Daarnaast geef ik Rots en Watertraining. Ik mag werken met een heerlijke club leerlingen: Eerlijk, oprecht, soms wat ongemotiveerd, vaak betrokken en helaas erg onzeker. De leerlingen ‘dwingen’ mij te kijken naar wat er echt toe doet; te kijken wat er achter ‘gedrag’ zit. Heb ik een les niet goed voorbereid of ben ik onzeker? De leerlingen voelen dat haarfijn aan en geven dat terug. Het kan zijn dat ik dan echt aan de bak moet. Maar ben ik eens moe of heb ik hoofdpijn of was ik, zoals vorig jaar, een paar weken niet in staat te werken? De gehele klas kwam spontaan op bezoek en stuurde appjes om te vragen hoe het ging. Doe ik mijn boodschappen in de Jumbo, of loop ik in de Lange Nering? Ik kom altijd wel een leerling tegen die me groet of die een gesprek met me begint.

Van collega’s die werken op de mavo of hoger hoor ik andere geluiden. Ook van mijn dochter en haar vrienden, die op één van de andere vo-scholen zitten, hoor ik verhalen waaruit ik opmaak dat de ‘relatie’ met de docent van minder belang is dan hoe ik het ervaar in het vmbo. Dus ja, ik ben er trots op dat ik op Het Vakcollege Noordoostpolder werk en ben nog trotser op onze leerlingen, die keihard werken om hun toekomst op te bouwen en los te komen van de vooroordelen die er heersen.

Vele momenten heb ik met leerlingen gesproken over hun talenten, hun kansen en mogelijkheden. Talenten, kansen en mogelijkheden die zij zelf vaak niet eens zien. Schrijnend, vind ik, dat zij vaak op onze school starten met de gedachte ‘ik kan het niet’, ‘ik ben dom’, ‘ik doe maar basis of kader’, kijkend naar hun vrienden, broers of zussen die wél de mavo, havo of vwo doen. Ik voel en zie de onzekerheid van onze leerlingen – gelukkig niet allemaal- maar wat zou ik graag wensen dat het stigma over het vmbo weggenomen kon worden.  Wat zou ik graag willen dat leerlingen EN ouders trots zijn dat hun zoon of dochter op Vakcollege (óf Aeres) zit; want ja…. vertellen dat je zoon of dochter naar het vmbo gaat is helaas toch bij sommige leerlingen en ouders nog een ‘dingetje’. Vaak horen we verhalen van leerlingen die TOCH naar de tl-moeten en – met een nog grotere deuk- ‘afstromen’ (je begrijpt dat ik niet blij wordt van dit woord) naar kader.

Bóós was ik, toen mijn zoon – toen in groep 6- mij antwoordde -toen ik hem vroeg naar welke school één van zijn klasgenoten zou gaan omdat hij in groep 8 zit- ‘dat hij terug was gegaan naar groep 7 omdat hij anders waarschijnlijk, naar uh… hoe heet dat ook alweer, het laagste, ja basis, zou moeten. Want, als hij nog een jaar groep 8 kon doen, dan zou hij misschien wel naar kader of hoger kunnen…..’

Met verbazing hoorde ik mijn zoon aan; ik kon niet geloven wat hij net zei. Je begrijpt dat ik hem daarna haarfijn heb uitgelegd dat welk niveau iemand ook doet, iedereen zijn eigen talenten heeft. Zo zeg ik vaak tegen mijn leerlingen ‘ALLES WAT JE NU DOET, ZEGT NIETS OVER WAT JIJ KAN EN GAAT DOEN IN JE LEVEN; JIJ BESLIST JE EIGEN TOEKOMST’. Ik baseer mijn ervaringen ook gedeeltelijk op mijzelf. Om verschillende redenen ben ik na Havo 3 naar het mbo gegaan. Met twee vingers in de neus haalde ik, net 2 maanden 18 jaar, mijn niveau 4 diploma en ging aan het werk. Jaren heb ik mij ‘minder’ gevoeld omdat ik geen hbo-diploma had. Lang heb ik mijn eigenwaarde ontleend aan het niveau van mijn diploma; ook al kreeg ik op verschillende terreinen te horen dat ik bepaalde talenten had; ik had toch “maar” mbo. 11 Jaar geleden heb ik het roer omgegooid; ik heb mijn baan –  als activiteiten begeleidster in een verpleeghuis- opgezegd en ben gaan werken als individueel begeleidster via het pgb. Ik ben jongeren met een rugzak gaan begeleiden, was weekendbegeleider, heb een opleiding gedaan tot weerbaarheidstrainer en ben de pabo gaan volgen. Het studeren ging niet makkelijk, vooral omdat ik mijzelf in mijn gedachten belemmerde. Het stemmetje ‘je kan het niet’, overheerste regelmatig. En toen was het moment daar… ik had ‘mijn hbo diploma’…. Pas toen kwam het besef: het papiertje maakt mij niet anders, niet slimmer, niet mooier of wat dan ook. Het werd tijd de belemmerende gedachten los te laten.

En ja… die belemmerende gedachten, die ik zo herken, zie ik bij onze leerlingen terug. En dan komt het vmbo alweer ‘slecht’ in het nieuws. Ik voel de behoefte een tegengeluid te laten horen; ik wil ‘mijn’ leerlingen een stem geven, ik wil dat ouders zonder rare blikken of gedachten van derden kunnen vertellen dat zij trots zijn op hun kind en op welke school zij gaat. Ik wil dat iedereen weet dat ik trots ben om in het vmbo te mogen werken. Dus bij deze ‘mijn stem’.

Onderstaand bericht heb ik op mijn eigen Facebook account gezet n.a.v. deze artikelen wat heeft geleid tot een stukje voor ENCOO. De komende periode hoop ik vaker berichten te kunnen posten over mijn ervaring als docent op het Vakcollege; een plek waar je mag zijn wie je bent, waar de maatschappij van vandaag wordt vertegenwoordigd, waar het team samen met de schoolleiding in ontwikkeling is om het beste uit onze leerlingen te halen en waarbij we een lerende en veilige school willen zijn, aansluitend bij de behoeften van onze leerlingen, bouwend aan hun toekomst.

 Heftig nieuws! Maar…. absoluut niet zoals ik zelf op ‘mijn’ vmbo school , Het Vakcollege Noordoostpolder, ervaar. Natuurlijk hebben wij ook leerlingen die grenzen op zoeken en brutaal zijn, maar dit wordt direct consequent opgepakt en zeker niet op die mate zoals beschreven.
Als voorbeeld:
Vorige week nog vond een van mijn leerlingen het nodig mij op de gang aan te spreken. Hij was het niet eens met mijn antwoord; draaide zich om, riep dat hij mij niet hoorde en begon te zingen; kortom respectloos. Iets wat mijns inziens overal wel eens gebeurd. Echter werd deze leerling binnen een kwartier door leidinggevende uitgenodigd voor gesprek en was de leerling pas weer welkom in de les na aangeboden excuses en gesprek. 
Kortom; het is hoe je zelf omgaat mèt en wat je toestaat. 
Op het Vakcollege zit het wel goed!